Energie

Er was eens…………..

Zo beginnen sprookjes en vertellingen die terug in de tijd gaan. Dit verhaal moet nog gebeuren.

Maar kom, ik neem u mee naar het eiland Sømø, voor de Deense kust. We schrijven het jaar 2010. Op het strand liggen een moeder en een kind zeehond.

Kom, Wadja”, zegt de moeder tegen de kleine, “ga toch slapen.” “Nog een verhaaltje”, zeurt de kleuter, “vertel nog eens van vroeger”. Met een zucht begint moeder Annemarie te vertellen.
“Weet je, m’n kind, in een zeehondenleven is 10 jaar een lange tijd, en vele van ons zullen niet meer kunnen verhalen over het jaar 2000. Dat was een bijzonder jaar voor ons. Tot die tijd leefden we met een hele kolonie soortgenoten gelukkig en tevree in een gebied dat de Waddenzee heette. Het was er niet altijd even rustig; vissers haalden de vis voor ons neus weg en pleziervaartuigen schonden voordurend onze privacy door ons te beloeren bij alles wat we deden, maar er waren zandbanken om ons op terug te trekken en het milieu was er vriendelijk voor ons. Er bleef genoeg vis over om ons te voeden, en als we ziek werden, was het ziekenhuis vlakbij.” “Ziekenhuis, mam?” vroeg de kleine Wadja. “Ja, er was een centrum in Pieterburen, waar de zieken werden verzorgd, en asielzoekers een eerste opvang kregen. Die mensen kwamen je zelfs ophalen als je te zwak was om zelf naar de kust te zwemmen.”

zeehond

“Het ging al jaren goed. Je moet weten dat de wadden, daar ten Noorden van Nederland, een vreemd gebied waren. Het slibde langzaam dicht, doordat het zand dat de zee aanvoert, het getijdengebied tussen de eilanden langzaam ophoogde, waardoor ons leefgebied steeds wat droger werd. Gelukkig was er een bedrijf dat gas won onder het Wad, waardoor het wad zo hier en daar weer een beetje daalde en de zaak in evenwicht bleef.”
De kleine Wadja was een en al oor. Ze had het verhaal al zo vaak gehoord, maar wilde steeds weer horen waarom ze nu Deense vis moest eten, in plaats van Hollandse.
“Op een dag”, vervolgde moeder haar verhaal, “kwamen de milieu-organisaties. En ze liepen te hoop tegen de gaswinning in het gebied. Slecht voor het milieu, zeiden ze. En de minister ging overstag. Niet meer boren, zei ze. Maar er was wel energie nodig, en dus stelden de verdedigers van het milieu voor om windmolens en zonnepanelen te plaatsen. En zo geschiedde. “
“Ja, hè, en toen zaten we ineens in de herrie en het donker”, zei Wadja gretig.
“Ja,” knikte moeder, “de grond trilde en de lucht resoneerde van de windmolens, en er was continu lawaai. De zonnepanelen wierpen schaduwen om zich heen. En geleidelijk aan verdwenen alle dieren van het wad. En het slibde ook langzaam dicht, waardoor ook de vis verdween. En daarom zijn we vorig jaar naar hier verhuisd.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *